Wie beter scheidt, houdt meestal minder restafval over. Dit zijn dingen die je op de werkvloer echt terugziet:
1. Plaats inzamelpunten op de juiste plek
Zet containers of afvalbakken daar waar het afval ontstaat. Bijvoorbeeld een papierbak bij de printers, een bak voor folie of plastic bij de plek waar pakketten worden uitgepakt en een glascontainer in de kantine of keuken.
2. Maak afval scheiden eenvoudig
Gebruik duidelijke stickers of labels met korte omschrijvingen en voorbeelden. Zo weet iedereen snel wat waar hoort en voorkom je vervuiling van afvalstromen.
3. Maak duidelijke afspraken
Met een paar simpele regels kom je al een heel eind:
- Maak kartonnen dozen plat.
- Leeg verpakkingen voordat je ze weggooit.
- Twijfel je? Gooi het dan bij het restafval, zodat recyclebare afvalstromen schoon blijven.
4. Kijk na een paar weken of alles nog past
Blijkt een container sneller vol te zitten dan verwacht of juist nauwelijks gebruikt te worden? Dan kun je de containergrootte of ledigingsfrequentie eenvoudig aanpassen, zodat deze beter aansluit op jouw situatie.